Sony sluit 2024 mooi af met de introductie van twee high-end producten. De eerste is de Sony 28-70mm F2 GM, Sony’s eerste zoomobjectief met een lichtsterkte van F2. De tweede is de Sony A1 II. Dat is de opvolger van de originele A1, die destijds een behoorlijke schokgolf door de camerawereld liet gaan. Maar… de Sony 28-70mm F2 GM heeft hetzelfde bereik en dezelfde lichtsterkte als de Canon RF 28-70mm F2L USM, die al zes jaar oud is en de Sony A1 II beschikt nu over dezelfde functies als de Sony A9 III en de inmiddels twee jaar oude Sony A7R V. Zijn de camera en het objectief dan wel echt bijzonder, en heeft Sony genoeg gedaan?
TESTRESULTATEN Sony A1 II: | |
VOORDELEN | NADELEN |
|
|
De Sony A1 II is net als zijn voorganger nog altijd de meest veelzijdige camera in zijn klasse.
Introductie Sony A1 II
Het heeft bijna vier jaar geduurd voor de A1, Sony’s vlaggenschip, een update kreeg. In die vier jaar heeft Sony een aantal nieuwe camera’s uitgebracht die functies hebben die niet op de A1 zitten. Veel daarvan zaten al op de A7R V, zoals een betere beeldstabilisatie, op Ai gebaseerde autofocus algoritmes en een vierweg kantelbaar en draaibaar scherm. De Sony A9 III kreeg al die verbeteringen plus een iets andere body met onder andere een betere grip. Het was logisch dat dus ook de Sony A1 II die zou krijgen. Hiermee is de A1 II weer helemaal bij de tijd. Zo revolutionair als die eerste A1 is de A1 II echter niet. Die eerste A1 was een sensatie, met een 50 megapixel stacked sensor waarmee opnames op volle resolutie konden worden gemaakt op 30 beelden per seconde. Daarmee combineerde de camera de snelheid van de A9 serie met (bijna) de hoge resolutie van de A7R-serie. Voor filmers bood de camera zelfs 8K/30p video. Zo revolutionair is de A1 II niet. De ‘II’ heeft namelijk dezelfde sensor en dezelfde opnamesnelheid als zijn voorganger. Vijftig megapixels bij 30 beelden per seconde is nog steeds heel snel, maar het blijft ver achter bij de spectaculaire 120 beelden per seconde van de A9 III. Het verschilt ook niet eens zoveel van een Canon EOS R5 II, die 30 beelden per seconde haalt met zijn 45 megapixel sensor. De Nikon Z8 haalt ‘maar’ 20 beelden per seconde in raw, maar kan wel kleine, 11 megapixel jpegs schieten bij 120 beelden per seconde. De concurrentie is dus een stuk dichterbij gekomen. Op videogebied kan je zelfs zeggen dat de A1 II zelfs inmiddels wat achterloopt op bijvoorbeeld diezelfde Canon EOS R5 II en ook de Nikon Z9, die beiden naast 8K/60p ook raw-video bieden en ook nog eens een stuk goedkoper zijn. Waar zitten de vernieuwingen van de A1 II dan wel en wat rechtvaardigt de hogere prijs?
Ai-chip
Dankzij de nieuwe Bionz XR processor beschikt de A1 II over alle nieuwe mogelijkheden die al eerder op de A7R V en de A9 III te vinden waren. Dankzij de grote rekenkracht kan de A1 II nu gebruik maken van op Ai gebaseerde algoritmes voor de autofocus. Hierdoor is het aantal onderwerpen dat de camera herkent uitgebreid. Naast mensen, dieren en vogels herkent de camera nu ook bijvoorbeeld treinen en insecten.

Verder heeft de autofocus een Auto-instelling gekregen, zodat je de keuze van het onderwerp aan de camera over kan laten. Ook kan continu autofocus met tracking in de A1 II gebruikt worden tijdens het filmen. De nieuwe processor zorgt tevens voor een betere beeldstabilisatie. Of Sony ook iets aan de hardware-kant veranderd heeft, is niet helemaal duidelijk. Maar van andere camera’s zoals de A7C II versus de A7C weten we dat een betere analyse van de data een flinke verbetering van de stabilisatie op kan leveren en vermoedelijk is dat wat ook hier gebeurd is. Dat zorgt voor een stabilisatie van 8,5 stops in het centrum en 7 stops aan de randen. In het centrum is dat 3,5 stops meer dan bij de A1 het geval was.
Bouw en bediening
Professionele fotografen werken vaak dagelijks met hun apparatuur. Ze zijn er daardoor vertrouwd mee en kunnen die blind bedienen. Veranderingen aan de camera’s worden daardoor niet altijd op prijs gesteld, omdat het betekent dat je opnieuw moet wennen. Merken, en niet alleen Sony, zijn daardoor vaak terughoudend met al te grote aanpassingen aan hun topcamera’s. Dat zie je ook aan de A1 II. Die werkt en voelt vrijwel als de eerste A1. Dat zorgt ervoor dat er maar weinig gewenning nodig is om de overstap te maken. Toch zijn er wel degelijk een aantal veranderingen aan de body doorgevoerd. De A1 II heeft in feite de body van de A9 III, die zelf een evolutie is van die van de eerste A1. Aan de voorzijde heeft de A1 II hierdoor een iets andere, dikkere grip en extra custom knop. Standaard staat deze ingesteld op Speed Boost. Hierdoor kan je zonder de camerainstelling te veranderen direct fotograferen met 30 beelden per seconde. Ook de positie van de ontspanknop is iets gewijzigd. Die staat nu meer onder een hoek, waardoor deze makkelijker te bedienen is. Op de bovenkap ontbreken de markeringen op het draaiwiel voor de belichtingscompensatie. De draaiknop voor de belichtingsprogramma’s heeft een extra schijf gekregen voor het wisselen tussen film, foto en Q&S (Quick & Slow). Bij het wisselen tussen deze functies verandert het menu ook mee. De zoeker heeft dezelfde resolutie als op de A1 met 9,44 megapixel. Dat is nog altijd het beste dat je kan krijgen. Op de A1 ververste die zoeker het beeld maximaal 60 keer per seconde. De A1 II heeft een stand voor 120 en 240 keer per seconde. In die laatste stand wordt de resolutie wel zichtbaar lager. Dat gebeurt ook bij het scherpstellen met 120x per seconde, maar minder zichtbaar. Het scherm aan de achterzijde heeft wel een flinke sprong in resolutie gemaakt, van 1,4 naar 2,1 megapixels. Dat zie je. Wat nog fijner is, is dat het scherm niet alleen maar horizontaal omhoog of omlaag kan klappen, zoals op de A1. Het nieuwe scherm kan achter de camera zowel horizontaal als verticaal omgeklapt worden, en is – in combinatie hiermee – ook nog eens draaibaar. Hierdoor kan het scherm zowel voor fotografen als voor filmers in iedere gewenste positie gezet worden.
De A1 II heeft geen aangebouwde grip, zoals de EOS R3 en R1 en de Nikon Z9, maar kan wel van een extra grip worden voorzien. Hierdoor heb je de keus om de camera compact te houden, of juist wat zwaarder en groter te maken voor een betere balans op grotere objectieven of extra bedieningsmogelijkheden bij verticaal gebruik. De grip van de eerste A1 past door de veranderde body echter niet meer op de A1 II. De A1 II gebruikt dezelfde grip als de A9 III.
Beeldkwaliteit
Voor fotografie valt er op het gebied van beeldkwaliteit geen winst te verwachten ten opzichte van de originele A1 II. Dat is niet is niet zo gek. Beiden hebben namelijk dezelfde sensor en opnamesnelheden. Dat is op zich niet erg. De 50 megapixel sensor hoeft wat de resolutie betreft alleen de A7R-modellen van Sony boven zicht te dulden, die een 60 megapixel sensor hebben. De A1 en A1 II hebben als voordeel dat ze een stacked sensor hebben met een snelle uitlezing, waardoor de camera bij gebruik van de elektronische sluiter veel minder rolling shutter heeft. Voor opnames met snel bewegende onderwerpen kan je hierdoor de elektronische sluiter dus bijna net zo goed gebruiken als de mechanische. De sensor heeft ondanks het hoge aantal pixels weinig last van ruis. Bij ISO 1600 wordt die eigenlijk pas zichtbaar en vanaf ongeveer ISO 12.800 neemt de beeldkwaliteit wel echt af.
Video

Op videogebied heeft de A1 II wel degelijk een aantal extra’s gekregen ten opzichte van de A1. Maar eigenlijk hadden we, na bijna vier jaar, gehoopt op nog echt iets meer. Zeker omdat de concurrentie op een aantal punten meer biedt in camera’s die minder kosten. Raw-video intern wegschrijven wordt zo langzamerhand in high-end camera’s redelijk normaal, net als filmen in 8K op 60 beelden per seconde. Met de Nikon Z9 en de Canon EOS R5 kan dat zelfs beide tegelijk, 8K60p in raw. Dat ontbreekt allemaal op de Sony A1 II, die het nog steeds moet doen met dezelfde 8K30p, of hier in Europa met de PAL norm op 25 beelden per seconde, in log die ook al op de Sony A1 aanwezig was. Hetzelfde geldt voor filmen in 4K. Waar het 8K beeld van de Sony oversampeld is en dus heel gedetailleerd, is het 4K beeld in full frame gesubsampeld, waardoor het net minder scherp is en iets meer ruis heeft dan mogelijk zou zijn dan wanneer het oversampeld was. Om echt mooi 4K beeld te krijgen, kan je in 4k op APS-C filmen of – voor het beste resultaat – in 8K en dat omzetten naar 4K. Dat zorgt wel voor veel grotere bestanden en een stap extra in de workflow. En dan mis je dus ook nog de mogelijkheid om te filmen in 50 of 60 beelden per seconde om de beelden iets te kunnen vertragen. Wat verder ontbreekt zijn zaken als waveform en false color weergave in het scherm en de mogelijkheid om in andere formaten (open gate, DCI of 17:9, staand 9:16) op te nemen. Dat zijn dingen die niet voor iedere gebruiker belangrijk zullen zijn. Raw-video is lastiger te bewerken dan raw-foto’s en het biedt minder speelruimte. Werk je met een externe recorder, dan krijg je die zowel raw-recording als hulpmiddelen zoals waveforms en false colors ineen. Maar Canon, Panasonic en Nikon bieden op dit gebied al meer, in camera’s die een stuk minder kosten. In dat licht bezien zijn de verbeteringen aan de A1 II wel zinvol, maar ook wel beperkt. Het menu is verder verbeterd ten opzichte van de A1, met twee hoofdmenu’s die snel toegang geven tot de belangrijkste instellingen. De camera biedt in de videostand nu ook 1/96een 1/48e seconde sluitersnelheden voor filmen met 24 beelden per seconde. Daarvoor moet de camera dan wel in NTSC-staan, de Amerikaanse televisiestandaard. Dat is raar. Je krijgt op 24 beelden per seconde dan wel precies een 180 graden sluiterhoek, die voor video zo gewenst is. Dat is fijn, maar het zou nog beter zijn geweest als Sony voor video gewoon een instelbare sluiterhoek zou hebben toegevoegd. Dan zou de sluitertijd bij het wijzigen van de opnamesnelheid automatisch mee veranderen. Natuurlijk heb je als filmer ook profijt van het nieuwe scherm, omdat je daardoor eindelijk ook voor de camera kan zien wat je filmt. De beeldstabilisatie is beter, zowel de IBIS als de elektronische Active stabilisatie. Ook de log-functies is beter instelbaar. Maar het belangrijkste is waarschijnlijk wel de mogelijkheid om de uitstekende autofocus en vooral de goede tracking nu ook met video te gebruiken, dankzij de nieuwe processor.
Autofocus
De autofocus is een van de gebieden waar de Sony A1 II het meest heeft geprofiteerd van de nieuwe processor. De autofocus van de A1 was bij het uitbrengen van die camera een van de beste, maar in de tussentijd heeft Ai zijn intrede gedaan. De A1 II heeft nu de nieuwste algoritmes. Hierdoor kan de camera meer onderwerpen onderscheiden. Er kan nu worden gekozen voor mensen, dieren/vogels, dieren, vogels, insecten, auto’s, treinen en motorfietsen. Er is ook een extra Auto-functie, waarin je de camera op basis van wat je in beeld hebt, zelf kan laten kiezen wat voor soort onderwerp het is. De onderwerpsherkenning is niet alleen verfijnd, maar ook uitgebreid. Zo herkent de camera niet alleen ogen, gezichten en mensen, maar ook onderdelen van mensen. Draait je model zich af van de camera, dan weet de camera nog steeds wat het bovenlichaam is en het hoofd en kan het op die specifieke onderdelen scherpstellen. We hadden zelfs redelijk succes bij het herkennen van vogels tussen takken door en dat was een paar jaar geleden toch een scenario waarbij je eigenlijk al snel naar handmatige scherpstelling wilde gaan. Nieuw is ook dat deze mogelijkheden, en met name het volgen van deze onderwerpen met continu autofocus, niet langer alleen voor fotografen beschikbaar is, maar ook voor filmers. Op de A1 II kunnen nu ook tot 16 custom LUTs worden geïmporteerd. Verder heeft de A1 II eindelijk ook S-Cinetone gekregen en de Auto-Framing opties van de Sony ZV-E1. Dat is handig voor vloggen. Samen met die optie heeft de A1 II ook de Framing Stabilizer, die bij het stabiliseren het onderwerp zoveel mogelijk op dezelfde plek in het beeld probeert te houden als bij het begin van het shot.
Bijzondere functies
De Sony A1 II heeft een paar functies gekregen die niet op het oude model zaten, maar die voor sommige fotografen veel verschil kunnen maken. De eerste is Pre-Capture. Hiermee kan de Sony A1 II opnames vastleggen voor het moment dat de ontspanknop wordt ingedrukt. De tijd is instelbaar van 0,03 tot 1 seconde. Het is dus met 1 seconde Pre-Capture en een opnamesnelheid van 30 beelden per seconde mogelijk om 30 opnames voor het moment van ontspannen vast te leggen. Dat is ideaal om bijvoorbeeld het opvliegen van een vogel precies op het juiste moment te vangen, zonder dat je de ontspanknop eindeloos ingedrukt te houden. Ook bij sport kan het net het verschil maken tussen het moment net wel of net niet hebben. Een andere handige functie is Focus-stacking. Zowel macro- als landschapsfotografen kunnen hiermee de scherptediepte in hun foto’s aanzienlijk vergroten. Het is alleen jammer dat je het resultaat niet in de zoeker al kan beoordelen. Voor het verwerken van de beelden is de Imaging Edge software van Sony nodig, of andere beeldbewerkingssoftware die gestackte opnames kan samenvoegen. Dat geldt ook voor een derde extra optie en dat is ruis reductie. Met de A1 kan nu, net als bij de multishot high res pixelshift optie – een serie foto’s maken die naderhand kunnen worden samengevoegd. Nieuw is dat in deze stand de opnames niet gebruikt worden om de resolutie te verhogen, maar om ruis weg te rekenen.
Ten opzichte van de concurrentie

De Sony A1 II is nog steeds een geweldige camera. Nog altijd biedt geen enkele andere camera deze combinatie van snelheid en resolutie. Maar de concurrentie is wel akelig dichtbij gekomen. Dat geldt vooral voor de Canon EOS R5 II. Die heeft maar 10% minder pixels, maar is wel net zo snel. Op videogebied troeft de Canon de Sony zelfs op een aantal punten af. Waar de Sony dan weer wint, is de kwaliteit van de zoeker en het scherm. Voor fotografen voelt de A1 II daardoor aan als een hoogwaardiger model. Voor filmers of hybride beeldmakers is de keus een stuk lastiger. De prijs speelt daarin mee. De Sony is veel duurder dan de Canon EOS R5 II en komt qua prijs overeen met de Canon EOS R1. Beiden hebben dezelfde resolutie en grootte voor het scherm en de zoeker. De EOS R1 is met 40 beelden per seconde sneller dan de Sony A1 II, maar heeft maar 24 megapixel aan boord. Hierdoor kan de R1 filmen in ‘maar’ 6.2K tegen 8K voor de Sony. De Canon EOS R1 heeft voor hetzelfde geld wel een ingebouwde verticale grip en meer accucapaciteit, waar die grip voor de A1 II een accessoire is dat extra moet worden aangeschaft.
| Sony A1 II | |
| specificaties | |
| sensor | full-frame, 50,5 mp |
| video | 8K/30p |
| ISO | 100-32.000 / 50-102.400 uitgebreid |
| max. seriesnelheid | 30x/10x (elektr./mech.) |
| opslagmedia | 2x UHS II SD of 2x CFexpress type A |
| capaciteit accu | 420 opnamen |
| afmetingen | 136x97x83mm |
| gewicht (incl accu) | 743 g |
| verkoopprijs | € 7499,00 (body) |
| importeur | www.sony.nl/ sony.be |
| Hoe wordt de Sony A1 II beoordeeld? | |
| beeldkwaliteit | 9,5 |
| scherpstelling | 9,5 |
| lichtmeting | 9,5 |
| witbalans | 9,5 |
| scherm/zoeker | 10 |
| prijs-kwaliteit | 8 |
| bonus | 9 |
| eindwaardering | 9,3 |
Conclusie test Sony A1 II
De Sony A1 II is een evolutie van de Sony A1, niet de revolutie die de A1 was.
De Sony A1 II is net als zijn voorganger nog altijd de meest veelzijdige camera in zijn klasse. Wie niet de 120 beelden per seconde van de A9 III nodig heeft, heeft aan de A1 II een betere sportcamera, vanwege de hogere resolutie. Dankzij de snelle uitlezing is het ook een betere camera voor fotografie en video dan de A7R V. Met alle nieuwe functies is de A1 II weer helemaal bij de tijd. Het is echter niet meer de camera die alles biedt wat andere modellen hebben plus nog een beetje meer en hij biedt helaas ook geen heel grote vernieuwingen. Wie daar niet mee zit en nu gewoon de beste camera van Sony wil hebben, heeft met de A1 II een prima keus, al is de prijs die Sony voor alle fraaie techniek vraagt, wel wat aan de stevige kant.
Deze test is eerder gepubliceerd in Focus 8-2024.










